Home » PRIVATE LAW

PRIVATE LAW

Private law is that part of a civil law legal system which is part of the jus commune that involves relationships between individuals, such as the law of contracts and torts (as it is called in the common law), and the law of obligations (as it is called in civil legal systems). It is to be distinguished from public law, which deals with relationships between both natural and artificial persons (i.e., organizations) and the state, including regulatory statutes, penal law and other law that affects the public order. In general terms, private law involves interactions between private individuals, whereas public law involves interrelations between the state and the general population.

Publications:

Maten en gewichten bij omvang, intensiteit en resultaat van rechterlijk toetsen van bestuurshandelen in publiek- en privaatrecht

Verschijningsdatum december 2019
Platform Voor Publiek- En Privaatrecht In Dialoog
ISBN: 9789462405677

Op vrijdag 4 oktober 2019 vond in Den Haag de eerste expertmeeting plaats van het Platform voor publiek- en privaatrecht in dialoog over het onderwerp: Naar een eenvormige(r) toetsing? Maten en gewichten bij omvang, intensiteit en resultaat van rechterlijk toetsen van bestuurshandelen in publiek- en privaatrecht

Over dit onderwerp werden (concept) papers voorbereid door:

Nederland, publiek recht
– Tom Barkhuysen (advocaat-partner bij Stibbe en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden), Roel Becker (masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Leiden) en Michiel van Emmerik (universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger Rechtbank Midden-Nederland (afdeling bestuursrecht))

Nederland, privaatrecht
– Joost van der Helm (senior raadsheer in het gerechtshof Den Haag) België, publiek recht – Pieter-Jan van de Weyer (advocaat bij de balie van Antwerpen en wetenschappelijk medewerker KU Leuven) België, privaatrecht – Françoise Auvray (Assistent Instituut voor Verbintenissenrecht, KU Leuven)

Tijdens de vergadering is over deze (concept) papers in dialoog gerelateerde vorm van gedachten gewisseld tussen vijfenveertig juristen uit Nederland en België met verschillende achtergrond (wetgeving, rechterlijke macht, advocatuur en academie; bestuurs- en privaatrechtelijk).

In deze bundel zijn opgenomen:
– de definitieve papers;
– de vraagpunten vanuit het Platform die aan de basis van de papers liggen;
– een (deels) thematisch verslag van de dialoog.

Melanie van Zanten (promovendus exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften, aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging, Universiteit Utrecht) en Steven Verbeyst (FWO-aspirant, doctoraatsstudent verbonden aan het Leuven Centre for Public Law) hebben het verslag van de meeting verzorgd.

Gerard Gilissen
Pages: 792 pages
Shipping Weight: 1000 gram
Published: 10-2012
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (softcover) : 9789058508591

Product Description

De fiscale kwalificatie en gevolgen van het ontstaan en bestaan van de Anglo-Amerikaanse trust vormen reeds decennia-lang een punt van discussie in de fiscale wetenschap en praktijk. Dit boek beoogt niet alleen een bijdrage aan deze discussie te leveren, maar ook een spoedige wijziging te bevorderen van de per 1 januari 2010 tot stand gekomen wettelijke regeling betreffende het afgezonderd particulier vermogen (apv), waartoe ook discretionary express private trusts behoren. De als anti-misbruikwetgeving bedoelde wettelijke regelingen betreffende het apv zijn namelijk op onderdelen onaanvaardbaar onevenwichtig vanwege een onjuiste afweging van het rechtszekerheidsbeginsel enerzijds en het rechtvaardigheidsbeginsel en het doel van het recht anderzijds. Voorts geven de wettelijke bepalingen niet de reeds jaren zo gewenste duidelijkheid omtrent de fiscale kwalificatie van de fixed express private trust.Teneinde de fiscale problematiek van het verschijnsel express private trust goed te kunnen begrijpen, is een meer dan vluchtige kennis van de ontstaansgeschiedenis van de trust; de trust naar Engels recht en de Engelse belastingheffing van de trust van wezenlijk belang.Vandaar dat daaraan in dit boek allereerst ruim aandacht wordt besteed.Omdat begrippen die aan het civiele recht worden ontleend in beginsel ook fiscaalrechtelijk hun civielrechtelijke betekenis behouden, tenzij enige factor van rechtsvinding een afwijkende betekenis vereist (leer der rechtseenheid), wordt tevens onderzocht hoe de trust privaatrechtelijk kan worden gekwalificeerd. Het Haags trustverdrag vormt daarbij het uitgangspunt.In het onderzoek naar de fiscale kwalificatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de discretionary en de fixed trust. Daarbij gelden als onderzoekshypothesen dat de discretionary trust wél een fiscale entiteit vormt doch de fixed trust niet. Voorts wordt onderzocht wat de fiscale gevolgen van de kwalificatie voor de heffing van de schenk-, erf-, inkomsten- en vennootschapsbelasting zijn.Ten slotte wordt wenselijk fiscaal recht beschreven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan regelingen betreffende de trust in een aantal landen die deze lastig te kwalificeren rechtsfiguur wél resp. niet kennen.Gerard (D.L.M.) Gilissen werd geboren op 7 juni 1948 te Tilburg. Gedurende de periode 1960-1966 volgde hij middelbaar onderwijs aan hetVan der Puttlyceum te Eindhoven. Aansluitend studeerde hij fiscaal recht aan de R.U. Leiden. In 1972 studeerde hij af en trad vervolgens in dienst bij de Rijksbelastindienst.Vanaf 1972 liep hij gedurende drie jaar stage in de Directie Limburg. In 1975 werd hij benoemd tot inspecteur van ’s Rijksbelastingen te Eindhoven (inspectie der vennootschapsbelasting).In 1981 trad hij in dienst bij de maatschap van Dien+co/Kammer Luhrman+co.In 1983 werd hij lid van de maatschap.In 2003 werd het partnership met Pricewaterhouse- Coopers (PwC) op zijn verzoek beëindigd. Sindsdien hield hij zich deels bezig met een promotieonderzoek.Hij is sinds 1970 getrouwd, heeft twee kinderen en twee kleinzonen.

Gerard Gilissen
Pages: 290 pages
Shipping Weight: 800 gram
Published: 08-2013
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (softcover) : 9789462400160

Product Description

 

Regelmatig verschijnen er in de (financiële) pers publicaties over de trust en over internationale bedrijven en (zeer) vermogende particulieren die door middel van deze enigmatische Anglo-Amerikaanse rechtsfiguur jaarlijks vele miljarden aan belastingheffing weten te besparen. Het in trusts e.d. ondergebrachte vermogen waarbij Nederlandse belastingplichtigen zijn betrokken, bedraagt naar schatting ruim € 9 miljard. Echter op basis van extrapolatie van de beschikbare informatie wordt verondersteld dat het totaal in de Nederlandse heffing te betrekken vermogen zelfs ca. € 30 miljard bedraagt. Een in tijden van internationale financiële crisis significant bedrag.

Tot deze vermogens, welke zijn ondergebracht in ca. 2500 trusts, 2500 "special purpose funds" en 400 overige doelvermogens (Stiftungen, Foundations, Anstalts en stichtingen), behoren enkele afgezonderde particuliere vermogens die méér dan €  1 miljard bedragen. Schattingen - in rapporten uitgebracht door o.a. OESO, het IMF, Boston Consulting Group - over vermogen in belastingparadijzen en gemiste belastingopbrengsten doen echter vermoeden, dat de gemiste Nederlandse opbrengsten een veelvoud bedragen van hetgeen wordt geschat (Bron: M.v.T., Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 3, onderdeel "Budgettaire effecten, verdelingseffecten en nalevingseffecten"). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de trust vanwege het in omvangrijke mate ontgaan van belastingheffing doorgaans negatieve associaties oproept.

Echter, aan de vraag "Wat is een trust ?" wordt in publicaties geen of nauwelijks aandacht besteed. Dit boek tracht deze vraag te beantwoorden en daarmee recht te doen aan een rechtsfiguur die in het Anglo-Amerikaanse rechtsgebied reeds eeuwenlang bestaat en aldaar een wezenlijke functie in het financieel/economisch verkeer vervult. Opdat het verschijnsel "trust" beter in zijn volle omvang wordt begrepen, wordt in dit boek de rechtsfiguur in een zodanig breed kader geplaatst dat daardoor een beeld ontstaat van de diverse aspecten die de trust als Anglo-Amerikaanse echtsfiguur kenmerken. Hopelijk wordt daardoor bereikt dat de trust wordt ontdaan van het imago per definitie "dubieus" te zijn.

Allereerst wordt de historische ontwikkeling van de rechtsfiguur beschreven, waarna aandacht wordt besteed aan hetgeen de trust naar Engels recht inhoudt. Daarbij komen aan de orde de doeleinden die een trust kan hebben; de verschillende omschrijvingen van de trust en de kenmerken van de trust. Het begrip trust wordt mede bepaald door de trust te kwalificeren naar de wijze waarop deze ontstaat; naar de obligatoire aspecten van de trustverhouding; naar de aard van het trustfund en de bij de trust betrokken belangen.

Voorts wordt enige aandacht besteed aan international trusts in off shore financial centres. Vervolgens komt de kwalificatie van de trust naar Nederlands privaatrecht aan de orde, waarbij wordt ingegaan op de betekenis van het Haags trustverdrag. Ten slotte wordt onderzocht hoe een verdragstrust in het Nederlands privaatrecht kan worden ingepast en of de verdragstrust als een juridisch zelfstandige entiteit naar Nederlands privaatrecht is te kwalificeren.

De auteur (1948) studeerde fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit te Leiden (1966-1972). Hij was vervolgens (adjunct-)inspecteur van ’s Rijksbelastingen (1972-1981) en partner van PWC (1981-2003). In 2012 promoveerde hij aan de Tilburg University op het proefschrift "De express private trust. Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen". Hij is gehuwd en heeft twee (klein)kinderen.

 



Arkady Kudryavtsev
Pages: 594 pages
Shipping Weight: 980 gram
Published: 09-2015
Publisher: WLP
Language: US
ISBN (softcover) : 9789462402553

Product Description

Private-sector standards are playing an increasingly important role in international trade and are being widely applied within national and international markets by a large variety of players, including supermarket chains, transnational corporations, and manufacturers of goods. Because they are developed, adopted and applied by non-governmental standard-setting entities, private-sector standards are voluntary de jure, i.e. their application is not legally mandatory. However, due to the immense purchasing power of big retail chains and multinational corporations which frequently apply such standards, compliance with these standards may become mandatory de facto for suppliers in order to gain real market access.

The WTO is the major international organization dealing with issues of international trade in goods on a multilateral level. The proliferation and wide application of private-sector standards, however, seems to present a number of serious challenges for the WTO system. Indeed, if compliance with the requirements of private-sector standards becomes a predominant factor for real access to the markets of goods of WTO Members but the WTO is not able to address this factor, this may potentially render the WTO regulatory system for technical barriers to trade practically irrelevant. Moreover, if WTO Members are allowed to encourage and provide meaningful incentives for the development, adoption and application of private-sector standards that are inconsistent with the relevant WTO rules, these rules of WTO law could then be circumvented by the Members through such regulatory practices. In other words, private-sector standards may pose the risk of “blurring” the existing WTO legal framework for technical barriers to trade in goods.

The present study explores the “world” of private-sector standards, as well as those WTO rules which may be relevant for the regulation of these standards and for addressing the challenges they pose. This study thus contributes to the clarification and the better understanding of the rules applicable to private-sector standards on the multilateral level according to the relevant provisions of WTO law. It also offers a number of proposals and recommendations for the further development of the WTO regulatory system in this area.

De rol van de curator in de strafrechtelijke aanpak van faillissementsfraude.
Cindy Kortlever
Pages: 73 pages
Shipping Weight: 210 gram
Published: 07-2007
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (softcover) : 9789058502780

Product Description

Sjoerd Kooistra, Adam Curry, Rene van den Berg....Namen waar iedereen van gehoord heeft, en waar je in de media niet omheen kan. Er wordt veel aandacht besteedt aan faillissementsfraude.De spraakmakende uitzending van Zembla ruim een jaar geleden (VARA, 21 november 2005) gaf een goed inzicht in deze duistere praktijken. Hopelijk wordt ook bij het wijzigen van de faillissementswet voldoende aandacht aan dit onderwerp besteedt. De vraag is echter wel of men ondanks alle media-aandacht de faillissementsfraude ook goed aanpakt?

Dit boek gaat over de strafrechtelijke aanpak van faillissementsfraude. Centraal hierbij zal de rol van de curator staan. Gekeken zal worden of het noodzakelijk is dat de curator meer invloed in het strafrechtelijk onderzoek krijgt en zo ja, op welke manier? Of zijn de acties die de curator op dit moment op civielrechtelijk gebied kan ondernemen toereikend genoeg om een goede aanpak van faillissementsfraude te bewerkstelligen?




S.K. Gabriël
Pages: 380 pages
Shipping Weight: 950 gram
Published: 09-2008
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (hardcover) : 9789058503794

Product Description

 

Een onderzoek naar de mogelijkheden om de handhaving af te stemmen op privaatrechtelijke systemen van kwaliteitsborging, in het bijzonder door middel van het vorderen van informatie-overdracht.

De veranderende rol van de overheid in het kader van de handhaving

Bij de handhaving van wetgeving is traditioneel een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Handhaving behelst het houden van toezicht op de naleving van regels en het opleggen van sancties wanneer bij het toezicht wordt geconstateerd dat burgers of bedrijven de regels niet hebben nageleefd. Ook de opsporing van strafbare feiten en het opleggen van straffen kunnen onder het begrip handhaving worden geschaard. In het privaatrecht wordt eveneens de term handhaving gebruikt. Privaatrechtelijke handhaving behelst het bevorderen van de naleving van regels door middel van privaatrechtelijke remedies, zoals de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Het thema handhaving heeft in de afgelopen jaren veel in de belangstelling gestaan, mede als gevolg van een aantal rampen en incidenten. Hierbij kan worden gedacht aan de vuurwerkramp in Enschede in 2000, de Nieuwjaarsbrand in Volendam in 2001, de instorting van het parkeerdek bij Van der Valk in Tiel in 2002, de instorting van een trap in Utrecht in 2006 en de ontruiming van het Bos en Lommerplein in Amsterdam in datzelfde jaar.

Deze rampen en incidenten werden door velen toegeschreven aan falend overheidsheidstoezicht. Vanuit de samenleving werd met een beschuldigende vinger naar de overheid gewezen en er verschenen uitgebreide onderzoeksrapporten, waarin eveneens sterk de nadruk werd gelegd op de verantwoordelijkheid van de overheid voor de handhaving. De hierboven beschreven rampen en incidenten hebben naar mijn mening duidelijk gemaakt dat het voor de overheid niet langer mogelijk is om de verantwoordelijkheid voor de handhaving alleen te dragen. In literatuur en beleidsdocumenten is reeds eerder gewezen op het gevaar van het handhavingstekort. Het handhavingstekort wordt mede toegeschreven aan de toenemende dichtheid en complexiteit van regelgeving enerzijds en de teruglopende capaciteit die binnen de overheid wordt vrijgemaakt voor de handhaving anderzijds. Voor het terugdringen van het handhavingstekort kan naar mijn mening niet langer uitsluitend de overheid verantwoordelijk worden gehouden.

De overheid kan de verantwoordelijkheid voor de handhaving niet alleen dragen en buiten de overheid is capaciteit en deskundigheid beschikbaar die kan worden ingezet. Zo kan er door de overheid aansluiting worden gezocht bij privaatrechtelijke systemen van kwaliteitsborging, zoals certificering. Omdat het normenkader van privaatrechtelijke systemen van kwaliteitsborging vaak in meer of mindere mate overeenstemt met of verwijst naar wettelijke eisen, vergaren privaatrechtelijke instellingen bij hun controles informatie die inzicht verschaft in de mate waarin door bedrijven wettelijke normen worden nageleefd. Van deze, door privaatrechtelijke instellingen vergaarde informatie, kan de komende jaren meer gebruik worden gemaakt. De inschakeling van privaatrechtelijke instellingen bij de handhaving vergt echter wel een andere kijk op de rol van de overheid bij de handhaving.

 

H.C.F. Schoordijk
Pages: 880 pages
Shipping Weight: 1600 gram
Published: 07-2007
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (hardcover) : 9789058502803

Product Description

Na zijn emeritaat 15 jaar geleden is Herman Schoordijk blijven onderzoeken, schrijven en publiceren.

58 Artikelen zijn gebundeld in deze uitgave. Met een ten geleide van prof J.B.M. Vranken
Uit het Ten geleide (verkort)

“In een NJB-artikel* ter gelegenheid van het afscheid van Herman Schoordijk in 1991 als hoogleraar in Tilburg en Amsterdam schreef ik dat op Herman Schoordijk van toepassing was het ex libris van de schrijver Stijn Streuvels, Nulla dies sine linea.Wij zijn nu vijftien jaar verder en het bewijs dat Herman Schoordijk na zijn emeritaat gewoon is doorgegaan met schrijven, iedere dag, heeft u met deze bundel in uw hand.

De bundel bevat een selectie uit zijn werk na 1991, alsmede zijn bibliografie tot heden. De selectie heeft hij zelf gemaakt. Mij heeft hij gevraagd in te gaan op zijn methode van denken. Ik heb dat al gedaan in een bijdrage die verschijnt (is verschenen) in het eerste nummer van het WPNR in 2007. Zonder pretentie van volledigheid heb ik vier karakteristieke elementen van zijn manier van omgaan met het privaatrecht onderscheiden. Het nu volgende bevat een korte weergave hiervan.” (J.B.M. Vranken)

Eerste kenmerk: het recht kan nooit onbillijk zijn
Tweede kenmerk: niet scheidend, maar associatief denken.
Derde kenmerk: inductief denken en policiesVierde kenmerk: de kunst om met casus om te gaan

Een kleine selectie van titels uit de bundel:
De normen van maatschappelijke betamelijkheid in sport en spel; Het(privaatrechtelijk) dogmatisch tekort;Ongerechtvaardigde verrijking in een drie-partijen-verhouding; Dwaling, ongerechtvaardigde verrijking, redelijkheid en billijkheid en vermogensverschuivingen om niet; De positie van schuldeisers en aandeelhouders in geval van faillissement bij het verhaal op derden; De verwezenlijking van het materiële recht in het civiele proces; De Goudstikker-zaak; De huidige generatie juristen zou geen goeroes meer kennen

revisie van een relict
G. van Dijck
Pages: 300 pages
Shipping Weight: 750 gram
Published: 07-2006
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (hardcover) : 9789058502292

Product Description

 

De actio Pauliana is een bijzonder leerstuk. Voor een lange periode is zij vrijwel het enige instrument in het Nederlandse privaatrecht geweest dat aan een derde de bevoegdheid geeft om rechtshandelingen van een schuldenaar met anderen aan te tasten, dat wil zeggen om handelingen aan te tasten waar hij (de derde) geen partij bij is geweest. Ook het rechtsgevolg is bijzonder: voor zover rechten van rechtsopvolgers te goeder trouw daarbij niet in het geding komen, worden vermogensverschuivingen als gevolg van ongeoorloofde (paulianeuze) handelingen teruggedraaid. Daarmee heeft de actio Pauliana tot doel de belangen van schuldeisers te beschermen.

De meer fundamentele aanpak die in deze studie wordt gevolgd, houdt in dat de faillissementspauliana in verband wordt gebracht met ontwikkelingen die sinds grofweg 1896, het jaar waarin de Faillissementswet in werking trad, in het Nederlandse vermogensrecht hebben plaatsgevonden. De reden dat voor deze intern-systematische toetsingsmaatstaf is gekozen, is het vermoeden dat de faillissementspauliana en het (vermogens)recht zich in ruim 100 jaar van elkaar hebben vervreemd. Aan deze reden ligt de aanname ten grondslag dat het (vermogens)recht coherent, en daarmee voorspelbaar, dient te zijn, en dat het in zekere zin een weerslag vormt van maatschappelijke opvattingen.

Beknopte Inhoudsopgave

Deel I Bezwaren
Inleiding
Onderscheid verplicht-onverplicht
Benadeling van schuldeisers
Overlegcriterium
Wetenschapscriteria
Rechtsgevolgen van een succesvolle toepassing van de criteria

Deel II Revisie
De wenselijkheid van het alternatief instrument en de invulling daarvan op hoofdlijnen
Inventariseren van gezichtspunten
Constructie van het alternatieve instrument
Rechtsgevolgen van succesvolle toepassing van de criteria

Deel III Verkenning en discussie
Bestaande bezwaren/problemen weg?
Hoe werkt het alternatieve instrument?

Bijlage 1: Kwantitatief empirisch onderzoek
Onduidelijkheden
Bewijsmoeilijkheden
Geschillen
Rechtsgevolg
Stijging uitkeringspercentages door opbrengst