Home » Democratische vertegenwoordiging en het inzetten van militairen: Politieke principes of principiële politiek?

Democratische vertegenwoordiging en het inzetten van militairen: Politieke principes of principiële politiek?

€20.00

A. Kristic
Pages: 100 pages
Shipping Weight: 300 gram
Published: 05-2008
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (softcover) : 9789058503671

Product Description

Scriptieprijs 2007

Artikelen 96 en 100 van de Nederlandse Grondwet regelen de democratische besluitvormingsprocedure aangaande het uitzenden van de militairen en normeren zo de constitutionele verhouding tussen de regering en het parlement op dit gebied. In artikel 96 is de procedure voor het verklaren van de oorlog vastgelegd, terwijl artikel 100 de procedure regelt voor de inzet van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Artikel 96 wordt vandaag de dag als een dode letter in de wet beschouwd.

Met de invoering van artikel 100 lijkt het parlement constitutionele beslissingsmacht ingeruild te hebben voor een inlichtingenrecht. Heeft het parlement ingeboet aan betrokkenheid en beslissingsmacht aangaande het uitzenden van militairen? Is de democratische legitimatie van de besluiten tot het uitzenden van militairen en van de militaire handelingen daardoor zo verminderd dat dit vermeend deficit strijdig is met de principes van de democratische rechtsstaat? Kan de rechterlijke macht dit tekort aan parlementaire beslissingsmacht enigszins ondervangen? Aan de hand van een analyse van de begrippen democratie en representatie worden deze vragen in dit onderzoek beantwoord. De zaken Erik O en Slapende Mariniers dienen daarbij ter illustratie.

Van de jury:
Centraal staat de vraag welke verschuivingen plaatsvinden in het concept ‘oorlog’ sinds het 1945 VN Handvest en na 9/11. Deze vraag is verbonden met de onduidelijkheid over de juridische status van ‘vredesmissies’ waarin oorlogshandelingen plaatsvinden en het gebrek aan democratische legitimatie van de besluiten tot het zenden van militairen voor vredesmissies.

Het onderwerp is uitgewerkt met een knappe verbinding tussen drie verschillende invalshoeken zijnde de Nederlandse staatsrechtelijke grondbeginselen, het rechtstheoretische vakgebied en regels van internationaal (oorlogs)recht. De scriptie heeft een goede strakke opbouw, is van hoog academisch niveau en buitengewoon goed leesbaar; de conclusie is overzichtelijk weergegeven. Het onderwerp is zeer actueel. De scriptie getuigt van een scherp analytisch vermogen, van denkkracht en een grote mate van eigen standpuntbepaling.