Home » De plaats van de Wet terroristische misdrijven

De plaats van de Wet terroristische misdrijven

€50.00

Een onderzoek naar de wederzijdse beïnvloeding door de Wet terroristische misdrijven en het Wetboek van Strafrecht en enkele bijzondere wetten
J.M. Lintz
Pages: 500 pages
Shipping Weight: 550 gram
Published: 09-2007
Publisher: WLP
Language: NL
ISBN (softcover) : 9789058502971

Product Description

 

De Wet terroristische misdrijven is ingevoerd op 10 augustus 2004 om misdrijven die zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk, zwaarder te kunnen straffen. Het gaat om misdrijven, waarbij de dader de bevolking bijvoorbeeld ernstige vrees wil aanjagen, de overheid ergens toe wil dwingen, of de inrichting van de samenleving ernstig wil ontwrichten.

In zijn proefschrift onderzoekt Lintz de bepalingen van de wet en kijkt hij hoe deze zich verhouden tot andere bepalingen in het Wetboek van Strafrecht. Volgens Lintz is er sprake van overkill in de bepalingen van de nieuwe wet. Terrorismebestrijding is niet nieuw. Toch heeft de wetgever bij de Wet terroristische misdrijven gehandeld alsof terrorisme voor 11 september 2001 nog niet bestond. De wetgever heeft geen rekening gehouden met eerdere strafbaarstellingen en strafverhogingen wegens terrorisme. Voor het plegen van een ernstige terroristische aanslag kon altijd al levenslange gevangenisstraf worden opgelegd. Bovendien heeft de Wet terroristische misdrijven de strafbaarheid van samenspanning verder uitgebreid. Samenspanning was in het Nederlandse strafrecht vóór de genoemde wet slechts strafbaar voor een zeer beperkt aantal misdrijven, namelijk die misdrijven die de veiligheid van de staat in gevaar brengen. Door de Wet terroristische misdrijven kan nu ook de samenspanning voor lichtere delicten bestraft worden met tien jaar gevangenisstraf. Maar strafbaarheid van samenspanning past slecht in de principes van het Nederlandse strafrecht, aldus Lintz. 

“Het Nederlands strafrecht is gericht op het afrekenen van daden. Niet op het straffen van het maken van een afspraak, als er nog geen enkele concrete daad is verricht. Bij veel misdrijven waren het verrichten van een poging en meestal ook het voorbereiden al strafbaar, maar met het strafbaar stellen van samenspanning gaat de wetgeving weer een stapje verder. Dat is terecht voor sommige terroristische misdrijven, maar voor relatief lichtere delicten overdreven.”

Lintz verdedigde zijn proefschrift De plaats van de Wet terroristische misdrijven in het materiële strafrecht op donderdag 6 september 2007 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.