Home » Zoeken in computers naar Nederlands en Belgisch recht. Welke plaats hebben ‘digitale plaatsen’ in de systematiek van opsporingsbevoegdheden?

Zoeken in computers naar Nederlands en Belgisch recht. Welke plaats hebben ‘digitale plaatsen’ in de systematiek van opsporingsbevoegdheden?

€24.95

Preadvies voor de jaarvergadering van de Nederlands-Vlaamse Vereniging
voor Strafrecht 2016

ISBN: 978-9462-4033-21

Op het vlak van strafvorderlijk onderzoek in computers is veel in beweging. Het ICT-landschap is ingrijpend aan het veranderen, met mobiele computers en smartphones, en de cloud als opslagplaats van computergegevens. In Nederland is er het wetsvoorstel Computercriminaliteit III en de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. In België is een wetsontwerp aangekondigd om enkele IT-zoekingen concreter vorm te geven en van enkele ‘zware’ procedures een ‘lichtere versie’ te scheppen voor een Internetcontext. Er is eveneens een initiatief voor een nieuw Wetboek van Strafvordering dat geschikt zal moeten zijn voor de digitale, gemondialiseerde informatiemaatschappij.
Dit biedt een goede aanleiding voor een preadvies voor de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht, dat zowel rechtspositief als reflectief van aard is. Deel 1 bevat een kritisch-constructief overzicht van de bestaande regeling van het strafvorderlijk onderzoek in computers naar huidig en voorgesteld Nederlands en Belgisch recht, met name de bevoegdheden tot (door)zoeking en inbeslagneming. Het laat zien dat de wetgeving over het algemeen goed in elkaar lijkt te zitten, maar ook hiaten of moeilijk verklaarbare discrepanties bevat, en dat onderzoek in computers niet altijd duidelijk ingepast is in het systeem van de wet.
In deel 2 kijken de preadviseurs vanuit conceptueel-theoretisch en wetssystematisch oogpunt hoe de opsporing moet omgaan met een steeds meer door computers gedomineerde samenleving. Zij schetsen de contouren van een nieuwe, plaatsonafhankelijkere benadering van het recht. Het concept van een ‘digitaal huisrecht’, dat de digitale ruimte beschermt waarover een burger het ius excludendi kan uitoefenen, zou leidend kunnen zijn bij het vormgeven van rechtsbescherming. Om de impasse te doorbreken die momenteel grensoverschrijdende opsporing bemoeilijkt, kunnen een persoonsgerichte benadering van rechtsmacht en de notie van een ‘virtueel territorium’ uitkomst bieden.

Zoeken in computers naar Nederlands en Belgisch recht. Welke plaats hebben ‘digitale plaatsen’ in de systematiek van opsporingsbevoegdheden? : Inhoudsopgave